Prijselasticiteit – Elasticiteiten #1

In deze blog wordt uitgelegd wat de prijselasticiteit van de vraag precies is en hoe je dit berekent.

In onze YouTube-serie over elasticiteiten wordt het onderwerp stapje voor stapje opgebouwd. In deze eerste video beginnen we met de basis: de prijselasticiteit, de bijbehorende formule en het verschil tussen een elastische en een inelastische vraag. Ook zie je terug hoe de vraaglijn verloopt als de vraag elastisch of inelastisch is. We oefenen in onze video ook met twee lastige vragen: een rekenvraag en een inzichtvraag.

Wat is de prijselasticiteit van de vraag?

De prijselasticiteit van de vraag (Ev) geeft het verband weer tussen een verandering in de prijs en de reactie van de consument daarop. Oftewel: wat gebeurt er met de gevraagde hoeveelheid van een product als je de prijs verhoogt of verlaagt? Het meet hoe ‘gevoelig’ de consument is voor prijsveranderingen.

Hoe bereken je de prijselasticiteit?

Je kunt de prijselasticiteit van de vraag berekenen met een vaste formule.
Je deelt de procentuele verandering van de vraag door de procentuele verandering van de prijs:

Ev = %ΔQv / %ΔP

Waarbij geldt:

  • %ΔQv staat voor de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid
  • %ΔP voor de procentuele verandering van de prijs
  • De procentuele verandering (%Δ) bereken je door (nieuw – oud) / oud x 100% te doen.

Bekijk de onderstaande video voor uitgebreide rekenvoorbeelden en duidelijk bijbehorende uitleg!

 

Inelastisch versus elastisch

Afhankelijk van de uitkomst van je berekening, kun je de vraag naar een product indelen in twee categorieën:

  • Inelastische vraag (tussen 0 en -1):
    De consument reageert nauwelijks op een prijsverandering. Dit zie je vaak bij eerste levensbehoeften, zoals brood of medicijnen. De lijn in een grafiek loopt in dit geval erg steil. Als je als ondernemer de prijs verhoogt, daalt de vraag maar een heel klein beetje. Het gevolg? Je totale omzet stijgt.  

  • Elastische vraag (kleiner dan -1):
    De consument reageert heel sterk op een prijsverandering. Dit gebeurt vaak bij luxegoederen of producten met veel alternatieven, zoals een vakantie of een specifiek merk frisdrank. De grafieklijn loopt relatief vlak. Een kleine prijsverhoging leidt tot een flinke daling in de vraag, wat ten koste gaat van je omzet.

Procentuele veranderingen, geen absolute veranderingen

Je gebruikt in de formule van de prijselasticiteit relatieve veranderingen, in procenten dus. Je kunt (als je geen extra gegevens hebt) dus niets zeggen over de veranderingen in aantallen.

Het is dus ook belangrijk dat je in je antwoord relatieve veranderingen van de prijs en/of vraag noemt in plaats van (alleen) veranderingen. 

Voor je eindexamen economie is het dus ontzettend belangrijk om te begrijpen in welke categorie een product valt, zodat je het effect op de omzet goed kunt inschatten.

Wil je alles over de elasticiteiten nog eens rustig teruglezen? Dat kan met ons theorieboek. Daar staat alle examenstof voor economie havo overzichtelijk en aangevuld met voorbeeldvragen samengevat. Samen met ons oefenboek kun jij je het optimaal voorbereiden op eindexamen economie havo. Samen zijn onze samenvatting en ons oefenboek voordelig te verkrijgen via ons voordeelpakket! 

Bekijk hieronder de eerste video uit onze videoreeks over de elasticiteiten waarin we de prijselasticiteit goed en rustig aan je uitleggen! Deze video is geschikt voor het eindexamen economie havo.

Of ga door naar de volgende blog over substitutiegoederen en complementaire goederen.

Winkelwagen
[]