Inkomenselasticiteit – Elasticiteiten #3

In deze blog wordt uitgelegd wat de inkomenselasticiteit is en hoe de vraag naar producten verandert wanneer het inkomen van consumenten stijgt of daalt.

We gaan ervan uit dat je de vorige blogs en video’s over de prijselasticiteit en substitutiegoederen en complementaire goederen al hebt bekeken voordat je deze blog bestudeert. Bekijk de blogs anders via onderstaande links:

In onze YouTube-serie over elasticiteiten worden de elasticiteiten één voor één behandeld en gestructureerd uitgelegd. In de derde video uit onze videoreeks kijken we niet meer naar de invloed van de prijs van hetzelfde product of een ander product, maar naar het inkomen van de vragers. Dit doen we door de inkomenselasticiteit onder de loep te nemen.

Wat is de inkomenselasticiteit?

De inkomenselasticiteit van de vraag (Ey) laat zien hoe sterk consumenten reageren op een verandering in hun (besteedbaar) inkomen. Gaan mensen meer of juist minder van een bepaald product kopen als ze meer gaan verdienen?

Hoe bereken je de inkomenselasticiteit?

De formule lijkt sterk op de berekening van de andere elasticiteiten, maar in plaats van de prijs gebruiken we nu het inkomen (vaak aangeduid met de letter Y). Je deelt de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid door de procentuele verandering van het inkomen:

Ey = %ΔQv / %ΔY

Waarbij geldt:

  • %ΔQv staat voor de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid
  • %ΔY voor de procentuele verandering van het inkomen van de vragers
  • De procentuele verandering (%Δ) bereken je door (nieuw – oud) / oud x 100% te doen.

 

Drie soorten goederen: inferieur, primair en luxe

Op basis van de uitkomst van deze berekening kunnen we goederen onderverdelen in drie belangrijke categorieën:

Inferieure goederen (uitkomst is negatief, Ey < 0)

Als het inkomen stijgt, daalt de vraag naar deze goederen. Denk aan budgetmerken en tweedehands kleding. Zodra mensen meer te besteden hebben, laten ze deze producten links liggen en stappen ze over op betere (en luxere) alternatieven. 

Als het inkomen daalt, dan zal de vraag naar deze goederen juist toenemen. Het inkomen en de vraag naar inferieure goederen bewegen dus in tegenovergestelde richting; er geldt een negatief verband tussen deze variabelen.

Primaire goederen (uitkomst van Ey tussen 0 en 1)

Primaire goederen worden ook noodzakelijke goederen genoemd.

Als het inkomen stijgt, neemt de vraag toe, maar naar verhouding (in procenten) minder sterk dan de inkomensstijging. Dit zijn eerste levensbehoeften zoals brood, water of basiszorg. Ook al word je ineens miljonair, je gaat niet tien keer zoveel broden per dag eten. De relatief kleinere toename van de gevraagde hoeveelheid wordt ook verklaard door de uitkomst van de berekening. Als het inkomen met 1% stijgt en ten gevolge daarvan neemt de vraag naar melk met 0,1% toe, dan is de uitkomst: 0,1% / 1% = 0,1, primaire goederen dus.

Luxe goederen (uitkomst is groter dan 1, Ey > 1) 

Als het inkomen stijgt, neemt de vraag naar verhouding enorm sterk toe (in procenten stijgt de vraag dus meer dan dat het inkomen in procenten is gestegen). Denk aan verre vliegvakanties, sportauto’s of merkkleding. 

Alles over de elasticiteiten in een overzichtelijk boekje? Dat kan met ons theorieboek. Samen met het bijbehorende oefenboek kun jij je volledig voorbereiden op het eindexamen economie havo. Samen zijn onze samenvatting en ons oefenboek het best te bestellen in ons voordeelpakket

Bekijk hieronder de derde video uit onze videoreeks over de elasticiteiten waarin we de inkomenselasticiteit aan je uitleggen en samen alles wat je moet weten behandelen!

Deze video is geschikt voor het eindexamen economie havo.

Winkelwagen
[]